# Nieuw #
Feniks
Altijd hebben allerlei textiele technieken mij geboeid, maar toen ik
begin jaren
zeventig voor het eerst een kantklosdemonstratie zag, heeft dat
‘kant maken’
een grote invloed op mijn doen en laten uitgeoefend. Ik ben naar een
Volksuniversiteit gegaan om de eerste beginselen te leren en ik heb
daarna
vele jaren les gekregen in de traditionele kantsoorten. Omdat mijn
interesse
zich meer richt op de technische aspecten van die verschillende
kantsoorten
was het een logisch vervolg om de Nederlandse Kant Opleiding gaan
doen.
Vooral de lessen
Ontwerpen waren een uitdaging je mogelijkheden te onderzoeken
en uit te voeren. Na afsluiting van de NKO wist ik wat wilde:
ontwerpen met daarbij
de toepassing van de kanttechniek en gebruik maken van misschien
‘kant vreemde’ materialen als ondersteuning van de zeggenschap van
het ontwerp.
Vooral bijscholingen op dat vlak waren vanaf die tijd favoriet.
Musea,
kunstmanifestaties, kant- en kostuumgeschiedenis zijn rijke bronnen
voor inspiratie. Ze roepen op om te zien, te observeren, te
interpreteren.
Dat stimuleert de mogelijkheden van je ontwerp. Ook binnen de
Experikant groep
zijn die onderlinge uitwisselingen even zo vele stimulansen om tot
een goed ontwerp
of tot een goede uitvoering te komen.
Een goed kantachtig
object is voor mij dan ook een samenspel van kanttechniek
en materiaal. Samenwerkend om de gedachte, die geleid hebben tot het
ontwerp,
uit te beelden.
terug |